Mijn eerste keer

Toen ik mijn eerste paniekaanval kreeg, duurde het een heel jaar voordat ik op de juiste plek terecht kwam voor goede hulp. In dat jaar ging er veel kapot. En het ergste van alles: dat was niet nodig geweest. Als er ook maar één adequate hulpverlener op mijn pad gekomen was, tenminste. Die had gezien dat het hier niet om een hulpeloze student met een identiteitscrisis ging.

In deze blog vertel ik je over mijn allereerste paniekaanval en de periode die daarop volgde.

Op vakantie

Ik schreef het al eerder: mijn eerste paniekaanval kreeg ik op mijn 19e. Op vakantie, notabene. Het was hels, afschuwelijk, verdrietig en alles bij elkaar. Ik kan daar niet leuks aan bedenken. Het ene moment heb je een fijne vakantie met je nieuwe vriend, het andere moment staat je wereld op zijn kop.

Een paar dagen achter elkaar had ik elke dag paniekaanvallen. De tijd tussen de aanvallen in werd na elke paniekaanval zwaarder. Totdat je lijf na een paar dagen in een soort permanente staat van stress, angst en paniek verkeert. Dat je de aanvallen niet eens meer echt van elkaar kunt onderscheiden.

Nadenken

Ik moet naar een dokter, dacht ik. En die beste man sprak de legendarische woorden: ‘Je komt niet depressief op me over, dus ga eens nadenken waar je problemen vandaan zouden kunnen komen.’ Het hulpeloze kuikentje dat ik toen was, deed braaf wat de dokter gevraagd had. Nadenken.

Omdat ik niet zo goed wist waar ik moest beginnen, schakelde ik een studentenpsycholoog van de TU/e in, die lekker met me mee dacht. Samen elimineerden we alle externe factoren in mijn leven. Samen gaven we iedereen de schuld. Mijn ouders, het dorp waarin ik opgroeide, mijn schoolvriendinnen, mijn verkeerd gekozen studie, mijn relatie, noem maar op. Eigenlijk had ik helemaal niet zo’n leuk leven, bleek. 

Boy was I wrong!

Na bijna een jaar nadenken was ik nog geen millimeter opgeschoten. Integendeel. Mijn leven lag verder overhoop dan ooit tevoren en, nee, ik was niet depressief, maar leuk vond ik het leven ook niet meer. Wat nu?

Wat er mis is met nadenken?!

Nu word ik streng: nadenken, lieve mensen, NADENKEN, dat is werkelijk het allerlaatste wat iemand met angst en paniek moet doen. Weet ik nu. En daarom kan ik, nu nog, terwijl ik dit schrijf, pislink worden van dit soort onverantwoordelijke halfbakken kutopmerkingen. (Zo! Dat is eruit!) Waarmee je mensen, zonder dat ze het doorhebben, verder de vernieling in helpt. 

Want, mensen met een angststoornis kunnen niet (meer) rationeel nadenken. Die voelen alleen maar paniek. Daar kan geen rationele gedachte tegenop. Ze staan namelijk de hele dag oog in oog met een leeuw. Probeer je gedachten dan nog maar eens rationeel en logisch te houden.

Bovendien: met denken los je het probleem niet op. Sterker nog: daarmee voed je het probleem juist. Een mug wordt een kudde olifanten. En de paniek blijft. Zo’n zoektocht maakt daarom vooral nog meer kapot dan nodig was.

Waanzin

In mijn geval: In ruim een jaar tijd had ik mezelf verdrongen jeugdtrauma’s aangepraat, relaties verbroken en mezelf de meest afschuwelijke en bijzondere varianten van (psychische) ziektes aangemeten. Om de waanzin in mijn hoofd te schetsen: op een dag vond ik in de krochten van Google (#@^$@*^#, kom ik nog op terug) dat HIV ervoor kon zorgen dat je persoonlijkheid veranderde. Omdat ik op dat moment geen idee meer had wie ik was, ben ik in alle paniek naar de huisarts gerend om daar een HIV-test te laten doen. Misschien was dat de oorzaak wel. Niet. Natuurlijk. Maar, dat was toen mijn realiteit.

Je snapt waarschijnlijk mijn punt: ondanks alle ongetwijfeld goede bedoelingen, had de huisarts en zéker de studentenpsycholoog moeten zeggen: ‘Mevrouw, wij zijn niet gespecialiseerd in de hulpverlening die u waarschijnlijk nodig heeft, dus we verwijzen u door.’ Maar, nee, dat gebeurde niet. En, als kuikentje in nood, heb je natuurlijk géén idee. 

Op

In dat jaar veranderde ik van een sociale, actieve student in een (wan)hoopje ellende dat niet meer alleen durfde te zijn, weinig mensen meer zag, weer bij haar ouders ging wonen en langzaamaan ook geen heil meer zag in de toekomst. Nee, ik was inderdaad niet depressief. Maar na een jaar kwam ik er toch aardig dicht bij in de buurt. 

Op het dieptepunt bezocht ik de huisarts bij mijn ouders in het dorp. Want ik kón niet meer. De beste man zag dat gelukkig ook. Op dat moment kreeg ik anti-depressiva voorgeschreven en kreeg ik een verwijzing naar een échte psycholoog. 

Wonderpillen

Daarna ging het snel. Ik had twee weken helse last van het opbouwen van de anti-depressiva (je klachten worden eerst erger) en daarna voelde ik me stukken beter. Binnen een maand of twee leek ik wel weer normaal. De psycholoog had ik vooral nodig om alles wat me dat jaar was overkomen een plek te geven. Niet om me te leren met angst en paniek om te gaan. Want dat had ik niet meer. Bizar. Echt bizar.

Spiegeltje, spiegeltje…

De allerbelangrijkste les die ik daarnaast van mijn psycholoog leerde: kijk eens naar jezelf. Er zijn 1000 mensen in exact dezelfde situatie, met exact dezelfde opvoeding en levensloop, en maar 3 hebben er een paniekstoornis. Rara, hoe kan dat? Juist! Je speelt zelf ook een rol. En niet de minste. Dus, het heeft niet zoveel zin om je hele omgeving de schuld te geven. Daarmee verander je niets. Je moet juist naar jezelf kijken.

Schuld

Sowieso, schuld, dat is soms zo’n nutteloze uitvinding. Hoezo heeft er iemand schuld aan dat je een ziekte hebt? Je breekt je been toch ook niet expres? Natuurlijk, het was vast niet handig dat je met 100 km/u van de zwarte piste raasde, maar, schuld? Je nam hooguit een risico, maar, doen we dat niet allemaal? Wees eens eerlijk?

Na een flink aantal sessies rondde ik het therapietraject met mijn psycholoog af en ging de wijde wereld in. Mijn relatie was godzijdank hersteld, ik koos een nieuwe studie en genoot weer van het leven. Op advies van huisarts en psycholoog bleef ik voorlopig nog op een lage dosering anti-depressiva, omdat twee (veel te snelle) stoppogingen mislukten.

Rust in de tent

Het was goed dat de storm was gaan liggen. Dat had ik wel nodig. Een héle lange tijd om te verwerken. Om het vertrouwen in jezelf terug te winnen. Om te zien dat je dit soort ervaringen kunt overleven. Dat je daarna zelfs weer betrekkelijk ‘normaal’ wordt.

Ik rondde mijn studie communicatie af, vond een baan, werkte hard, en dacht niet meer na over stoppen met medicatie. Want, zo hoorde ik vaak, een hartpatiënt neem je toch ook zijn beta-blokkers niet af? Maar, ik bleef het raar vinden. Eigenlijk ook niet accepteren. Maar daar besteedde ik zo weinig mogelijk aandacht aan. Ik mocht eerst even op adem komen nu.

De beer was dood

Later zou ik leren dat angst en paniek terugkerende thema’s in mijn leven zouden worden. Dat de eerste stap gezet was, maar ook nog heel veel stappen niet. Dit was mijn eerste dans. Waarin de beer de baas was geweest. Waarin ik werd meegelokt naar zijn hol. Waarin een jager me had geholpen om te ontsnappen. En de beer het niet heeft overleefd.

Om te onthouden

Ik vertel nog steeds heel veel niet. Ik wil nog zoveel kwijt. Maar, om te voorkomen dat het iets met een bos en bomen wordt, probeer ik te doseren. Van dit blog zou ik willen dat je drie dingen onthoudt:

  1. Ga op zoek naar goede hulpverlening! Zorg dat je je veilig voelt en dat het klikt. Dat je het aandurft om de inhoud van je hoofd op tafel te leggen. Van goede hulpverlening word je niet slechter.
  2. Stop met nadenken. Of, nee, nadenken is okee, maar zorg dus voor die goede hulpverlener. Die je laat nadenken over dat wat er wél toe doet.
  3. Het is niet jouw schuld. Echt niet.

3 antwoorden op “Mijn eerste keer”

  1. Zo herkenbaar. De praktijkondersteuner anno nu kan er ook wat van, in mijn ervaring. Maar het belangrijkste: wat vind ik het knap dat je het zo duidelijk onder woorden kan brengen. Voor mijn gevoel heb ik het zelf inmiddels ook redelijk door, maar als ik het dan uitprobeer te leggen aan iemand anders, wordt het toch een onsamenhangend zooitje.

    1. Gelukkig heb ik dan weer geluk met mijn praktijkondersteuner. 😉 En dank voor het compliment. (Ik typte alweer een paar zinnen om dat compliment de kop in te drukken, maar, die heb ik snel weer verwijderd. ;))

  2. Wouw Danielle, wat zet je dit toch mooi en realistisch neer. Ik wordt letterlijk in je verhaal gezogen en kan niet stoppen met lezen…. Knap om te delen welke bergen je tot nu toe allemaal al beklommen hebt en in welke ravijnen je vervolgens weer gedonderd bent … Dit kan je!

Geef een reactie