Paniek. Dus.

“Serieus? Een blog over je paniekstoornis? Why? Waarom moet dat op internet? Kan toch ook in een schriftje? Is toch niets nieuws? Wie zit daar op te wachten? Na een week leest alleen je moeder nog fanatiek mee. Beetje sneu.”

Wie dat zei? Ik. Tegen mezelf. Ik kan wel 1001 redenen bedenken om geen weblog te beginnen. Maar ik heb een paar goede redenen om het tóch te doen. Dus laten we beginnen. Dan leg ik het uit.

Sunny side

Ik ben Daniëlle (36) – vrouw, partner en moeder van twee jongens (2 en 4 jaar). Ik werk vier dagen per week als communicatieadviseur in de culturele sector. Ik geniet van het leven, werk iets te hard en het glas is altijd halfvol. Niet lullen maar poetsen. Geen vuiltje aan de lucht.

O, wacht, the dark side

Op mijn 19e kreeg ik voor het eerst een paniekaanval. En nog een. En nog een. Zomaar uit het niets. Ik weet nog precies wat ik dacht: dus zó voelt het om gek te worden. En binnen de kortste keren was ik de hele dag gespannen en draaide mijn hoofd overuren. Na een dramatisch jaar (kom ik nog op terug – volgend blog) kwam de verlossende diagnose: een paniekstoornis. Er kwam therapie. En er kwamen pillen. Mijn klachten verdwenen als sneeuw voor de zon. Ik pakte de draad weer op.

Of dat het was? Nee. Toen ik 24 was sloeg de paniekstoornis opnieuw toe. Ik had twee jaar nodig om te ‘herstellen’. En nu ik 36 ben, slaat ‘ie ook weer toe. Na acht klachtenvrije jaren. En, laten we eerlijk zijn, hij gaat vast nog vaker toeslaan.

Achilleshiel

Die paniekstoornis is mijn zwakke plek. De één krijgt migraine, de ander krijgt last van z’n rug. En ik krijg last van paniek. Zo simpel zie ik het, in mijn geval. Geen trauma’s, geen weggedrukte emoties, geen diepgravende psychologische weet-ik-veel-wat. Nee, mijn genen, mijn karakter en een paar dingen meer, zorgen ervoor dat ik dit vehikel met me mee mag dragen. Voor altijd.

Voor mezelf, voor dezelfden en voor de wereld

Terug naar dat bloggen. Waarom dan? In de allereerste plaats voor mezelf. Omdat ik mijn zwakte moet accepteren. In de tweede plaats: ik heb sinds mijn 19e al veel geleerd over mijn paniek. Daar kan ik anderen misschien mee helpen. Als is het maar één ander. Al is het maar een familielid van één ander.

In de allerlaatste, maar zeker niet minste plaats wens ik dat de ingewikkeldheid rondom psychische problematiek de wereld uit gaat. Want, jongens, we hebben het hier niet over een handjevol obscure Nederlanders, maar over een substantieel deel van de bevolking dat in meer of mindere mate lijdt aan iets wat zich enkel en alleen tussen de oren afspeelt. Dat zijn heel veel meer mensen dan jij denkt. En je kent er ook meer dan je denkt.

Paniek zaaien

Wat ik níet ga doen is paniek zaaien. Dit blog is informatief bedoeld, en het is mijn visie op mijn werkelijkheid. Geschreven vanuit optimisme, want zo ben ik nu eenmaal. Ik ga het hier dus niet uitgebreid hebben over mijn pijntjes en klachten. Want, dat voegt niets toe. Verwacht positief kritische stukken over waarom ik Google haat, waarom ik klaar ben met het zoeken naar trauma’s en waarom ik lotgenotencontact via internet best gevaarlijk vind. Verwacht ook eerlijke stukken, over onzekerheid, wanhoop, falen en verdriet. Of hele praktische stukken over de ontspanningstechnieken die mij helpen.

Iets met beren

Ik heb lang nagedacht over een titel voor deze blog. Want, ik wil vooral niet teveel focussen op het probleem. Niet focussen op de beperkingen, maar op de mogelijkheden. Geïnspireerd door het fantastische boek ‘Pil’ van Mike Boddé, dacht ik: ik moet iets met beren.

En zo kom ik tot de slotsom dat ik een buitengewoon virtuoos berenspotter ben. Ik zie de hele dag grote troepen beren op de weg. En niet alleen op de weg; ik zie ze honing verzamelen in bomen, ik zie ze zalm vangen in de Maas, ik zie ze in de ogen van iedereen die ik ontmoet en ik zie ze broodjes smeren op het behang. Beren op de weg is my middle name. Mike ‘Beren op de weg’ Boddé, aangenaam.

Uit: Pil, Mike Boddé

Volgens mij heeft iedereen met een paniekstoornis die virtuoze berenspotter in zich. Hoewel we tijdens al onze therapiesessies allemaal leren dat de lichamelijke sensaties van een paniekaanval niets anders zijn dan precies dat, denkt ons hoofd daar anders over. Hardnekkig. Met overproductie van beren als gevolg. In alle soorten en maten. Vechten is zinloos. Ze zijn met teveel.

En daarom dans ik liever met ze. Want, daar gaat het uiteindelijk om. Om die beer niet uit de weg te ruimen. Om de paniekstoornis een plek te geven. In positieve zin.

Daar gaan we

Zó. Dat is eruit. Mijn eerste blog is geschreven. Nog even tweaken, en dan gaat ‘ie de wereld in. Open en bloot. Ik ben er klaar voor.

9 antwoorden op “Paniek. Dus.”

  1. Ik vind je titel leuk. En snap je stap om te gaan bloggen. Ik heb zelf (onterecht aangezien als ‘paniekstoornis’) autisme dat zich soms (als ik overprikkeld ben) uit in paniek. Twee jaar geleden was ik zo vaak overprikkeld, dat ik gemiddeld drie paniekaanvallen (die misschien wel eigenlijk meltdowns waren) per dag had. Grenzen leren aanvoelen en -geven blijkt een groot deel van mijn oplossing. En dat is moeilijk!

    Anyways. Ik bookmark je blog. Ziet er -nu al- veelbelovend uit. Succes!

  2. Nu wil ik ook dansen met beren, klinkt veel beter dan gewoon over je heen laten gaan.
    Ben benieuwd naar de volgende blogpost!

Geef een reactie